Nomenclatuur: 552510 - 552521 B350 Kwantificatie van anti-PR3 of anti-MPO antilichamen bij patiënten met aanwezigheid van klinische tekenen die wijzen op de mogelijkheid van ANCA-geassocieerde vasculitis voor patiënten die niet gekend zijn met ANCA-geassocieerde vasculitis #(Maximum 2) (Cumulregel 353)
Bron: nomenclatuur art. 24 (sinds 01/01/2026)
| Leeftijd | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|
| <2.0 IU/mL | <2.0 IU/mL |
Interpretatie:
Er wordt gewerkt volgens de nieuwe consensus strategie voor de diagnose van ANCA-geassocieerde vasculitis. Hierbij wordt de voorafgaande screening via indirecte immunofluorescentie (IIF) verlaten.
In het geval van een klinisch vermoeden zal rechtstreeks de analyse van anti-PR3 en anti-MPO uitgevoerd worden. In het kader van de opvolging zal rechtstreeks ofwel anti-PR3 ofwel anti-MPO aangevraagd worden in functie van de individuele patiënt. De analyse van beide is in deze context niet meer terugbetaald.